De grote verrassing: de verzamelaar van keramiek blijkt nog een andere verzameling te koesteren. Voor de ramen van zijn appartement hangen en staan 200 verschillende hoya’s en tillantia’s, planten uit Zuidoost-Azië. Deels verscholen tussen dit plantaardige bewind de keramiek, als paaseieren in een volle tuin. Op de vloer, op tafeltjes en kasten, los aan de muur of op glazen plateaus. Zelfs het televisietoestel draagt potjes en een schaal.

“Bezoekers klagen soms dat ze niks meer zien omdat het zo vol staat. Dat is wel waar, maar mijn oog pikt er altijd iets uit en kijkt. Zo isoleer ik het uit zijn omgeving en zie ik iets moois. Dan voel ik me gelukkig en zie ik de rest eromheen even niet. ”

De verzameling telt circa 3000 stuks, slechts een klein deel daarvan staat in zijn huis. De rest heeft hij opgeslagen, in een gehuurde zeecontainer. Alles keurig in noppenplastic en in verhuisdozen. “Laatst moest ik er iets uithalen voor een tentoonstelling. Daar ben ik dan ongeveer een halve dag mee bezig. De dozen zijn weliswaar genummerd, maar als je net iets moet hebben uit een doos die helemaal achterin staat..... Er is niets waarvan ik niet weet dat ik het heb. Als je een mij onbekend object in een van de dozen zou stoppen, zou ik het er zo uit pikken. Ik heb alles in m’n hoofd opgeslagen. Verzamelen leert je kijken.”

Het aantal galeries dat gespecialiseerd is in keramiek is beperkt. Hij koopt vooral in Amsterdam bij De Witte Voet, in Delft bij Terra en bij Loes & Reinier International Ceramics in Deventer. “Keramiek en kunst, dat blijft een moeilijke verhouding. Keramiek is van oorsprong utilitair, pottenbakkerswerk. Door technische veranderingen (andere klei, draaischijven, kleinere ovens) kan het nu ook in kleinere ateliers gemaakt worden en is het bereikbaar voor beeldend kunstenaars. Heringa/Van Kalsbeek werken deels keramisch, iemand als Carolein Smit die als kunstenaar steeds belangrijker wordt gebruikt klei als haar medium. Voor Nederland is keramiek vreemd genoeg al gauw te duur. Voor een mooi stuk van Wim Borst, toonaangevend nu, heb ik toch slechts € 600 betaald. In de beeldende kunst liggen de prijzen heel wat hoger. Ik heb ook schitterende dingen die ik voor € 60 op de kop heb kunnen tikken. ”

Keramiek is in de eerste plaats vorm. De vorm die als het goed is onder spanning staat. De vorm, die gediend wordt door de kleur. Het is ook de lijn die een pot maakt, de decoratie, de kwetsbaarheid van het materiaal. Een goede kunstenaar vindt een balans tussen al die kwaliteiten.

Ik koop bijna geen industrieel werk, eigenlijk alleen maar unica. Een schaal is niet zo maar een schaal, het is voor mij ook de mens erachter. Ik heb niks van een kunstenaar die ik niet aardig vind. Ook nog nooit iets gekocht van iemand die ik niet gekend heb. Om mijn verzameling keramiek is een uitgebreid netwerk gesponnen van sociale contacten. Met kunstenaars, galeristen, collega-verzamelaars, mensen uit de musea.“

Heeft veel contact met Keramisch Museum Princessehof in Leeuwarden. “Ze krijgen zo werk in bruikleen. En als ze zeggen: we nemen alles mee en we doen er iets mee, dan vind ik het prima. De beelden zitten in mijn hoofd. Ik zou het leuk vinden als mijn collectie in een veel grotere op zou gaan. Maar ik weet, het museum is alleen geïnteresseerd in dat kleine aantal topstukken. En het heeft, net als ik, problemen met de opslag.”

De verzamelaar herken je ook aan zijn boeken. Over keramiek en botanie. Hij neemt een catalogus in de hand van keramist Piet Stockmans die veel voor Mosa heeft gewerkt. Vertelt liefdevol over het “Stockmans-blauw” en toont zijn laatste object: een plateau, in blauw en wit. Als een schilderij, voor aan de muur.

Frits van der Zweep is landbouwkundige

Gepubliceerd in Museumtijdschrift nr. 6, september 2009




Terug naar overzicht