De chaos, een orde onder voorwaarden

 

 

 

1          De berm

 

Het gebeurde dat ik met Olphaert den Otter door een verlaten Zuid-Frans landschap reed en hij me geheel onverwacht en vooral resoluut gebaarde te stoppen. Hij had iets gezien, in de berm. Het voorwerp van zijn fascinatie bleek een doornappel te zijn. Het was oktober en de plant bleek nog prachtig te bloeien. Daar stond hij, de bewonderaar die deze ruderale plant al zo vaak geschilderd heeft, oog in oog met de bermplant. De doornappel met zijn prachtige witte kelken, het gladde, puntige blad en de gestekelde doosvruchten. Een plant die het schamele leven viert, die verleidt met de zachte schoonheid van de kelken en die tegelijk een kans op de dood in zich draagt. Want de giftige alkaloïden die overal in de plant voorkomen zijn giftig en hallucinogeen. Een te grote dosis van deze oude drug is fataal.

 

De berm is een uitgelezen biotoop voor de doornappel. Het is ook de plek waar Olphaert den Otter zich als kunstenaar thuis voelt. De berm is een marginale ruimte die overblijft nadat de asfalteermachine heel brutaal een kaarsrecht spoor heeft getrokken, alles overweldigend of opzij schuivend wat er niet toe doet. Voor de vooruitgang moet veel wijken. De berm ligt ertussenin, tussen de weg die het exclusieve domein is van de mens met zijn auto’s en aan de andere kant de natuur of het akkerland waar plant en dier mogen bestaan. De berm is in-between, een ongedefinieerde restruimte die onbedoeld overblijft als iets groters en belangrijkers is gemaakt. Een berm is ook een verstoringsgemeenschap. Juist daar is door werkzaamheden de grond omgezet en de structuur ingrijpend veranderd wat een prima biotoop oplevert voor een specifieke groep planten. Zo biedt elke ingreep ook weer kans op iets anders, iets wat zich aan de planning onttrekt. Dat vermogen van de natuur tot voortdurende aanpassing is geweldig vitaal, ook als ze zo drastisch verstoord wordt als in de berm het geval kan zijn. De brandnetel en de doornappel zijn daar het levende voorbeeld van. Niet zo vreemd dus dat juist deze planten zo thuis zijn in de schilderijen van Olphaert den Otter. Alsof ze daar een tweede biotoop vinden. Juist zij zijn het symbool van de nooit ophoudende verandering en verstoring, maar ook van de adaptatie en dus levenskracht. De berm zoals die figureert in het werk van Olphaert den Otter is een pars pro toto voor de hele planeet. Overal waar wij ingrijpen brengen we verandering teweeg, bedoeld en onbedoeld. Alles staat met elkaar in verbinding in een wereld die in nooit ophoudende toestand van transitie verkeert. Wat in de berm in het klein gebeurt, voltrekt zich op onze planeet in het groot. Natuurgeweld en menselijk ingrijpen en alles wat dat aan chaos oplevert. Dat is waar de reeks schilderijen op papier genaamd World Stress Painting verslag van doet. 

 

 

 

2          Een verborgen boodschap

 

De geschilderde tekeningen uit de serie World Stress Painting tonen een wereld in transitie. Ze laten plekken en momenten zien waarop een ramp plaatsvindt of zich voltrokken heeft, te vergelijken met wat in de berm op microniveau gebeurt. Voor Olphaert den Otter is de wereld een berm die grondig overhoop is gehaald en uitgeteld ligt te wachten op wat nu nog komen kan. De verstoring heeft zich voltrokken, het leven is stilgezet, de dood heerst. Althans, zo lijkt het. In het beeld van de ondergang schildert hij tegelijk ook, maar wel verborgen, de belofte van het leven dat zich zal herpakken. De transitie beperkt zich niet tot de ondergang. In de aandacht voor het detail schuilt ook de aankondiging van het nieuwe.

Het schildersoog is geconcentreerd gericht op de amorfe overblijfselen als de ramp zich heeft voltrokken en in die resten kunnen we enkel nog fragmentarisch iets van de ons bekende wereld herkennen. De wereld die was, en die nooit in dezelfde vorm zal terugkeren. Maar dat er een andere wereld voor in de plaats zal komen, ligt als een verborgen boodschap in het geschilderde beeld van de chaos die zich over de wereld voltrekt. Maar, pas op, hij is geen aanzegger van de dood, geen schilder van de eindtijd. Want in zijn ondergangsbeelden lijkt een suggestie van levenskracht opgeslagen die buiten ons blikveld weer aan het ontkiemen is. Alleen, wij zien dat nog niet. Als wij vol vertwijfeling en wanhoop zouden stilstaan bij de resten van zijn rampen, kunnen wij menselijkerwijs niet in een en dezelfde beleving ook de energie van vruchtbaarheid en groei proeven.

Waar wij dood zien, ontgaat ons de groei. Maar die is er wel, altijd en eeuwig. In een van zijn Water-voorstellingen uit 2012 schildert hij wat rest van de watermassa als die na zijn verwoestende werk weer tot rust gekomen is. De storm is uitgeraasd. Het water heeft de mensenwereld herschapen. En nu ligt het water stil en vredig. Dit hoekje wereld is kaal en koud, ernstig aangetast. Her en der nog wat levenloze herinneringen aan wat ooit was. Maar de rust en de stilte die wij gewoonlijk associëren met de dood, zijn hier tegelijk ook de drager van het nieuwe. Het nieuwe dat in de kern al bestaat maar dat voor ons, mensen, nog volkomen buiten beeld is. Ondergang en groei bestaan dankzij elkaar, en zonder overgang. Terwijl wij alleen nog maar aandacht hebben voor de een, is de ander al lang begonnen. Dat is wat zo kenmerkend is voor de verstoringsgemeenschap, een karakteristiek van de berm die mutatis mutandis ook geldt voor onze planeet. Hier zijn de krachten van dood en leven onlosmakelijk en symbiotisch met elkaar verbonden.

In die zin dragen de World Stress Paintings een geheugen en een belofte.

 

De mens is bij de WSP-beelden een toeschouwer aan de zijlijn. De wereld die hier geschilderd wordt is onherkenbaar verfrommeld en aangetast en de mens mag er alleen maar naar kijken. Hij is een toeschouwer geworden en van wat uit de dood weer zal groeien heeft hij geen enkele weet. Ook dat is iets wat zich aan hem zal voltrekken, als een vanzelfsprekendheid van de natuur. Olphaert den Otter geeft een beeldverslag van wat de elementen aanrichten. Water, vuur, aarde en lucht, zij zijn het die de mensenwereld met grof geweld omgezet hebben in een schroothoop, een brandplaats, een onherbergzaam gebied. Wat de mens rest is aanvaarding van het lot en wachten tot de ramp helemaal ten einde is. Achter het gezicht van de chaos, dus buiten zijn blikveld, is er het zicht op nieuw leven dat in de kiem al begonnen is. Olphaert den Otter schildert dat met een precisie en een besef van wat een beeld aan lading kan hebben. Als hij de modderstroom in beeld brengt die auto’s meesleurt, bomen en elektriciteitspalen omver trekt, dan lijkt hij het beeld door de nauwkeurigheid en de detaillering voor even stil te zetten. Alsof het geraas ophoudt en de tijd stil staat. Wij krijgen de kans om de verwoesting in de ogen te zien, in dat ene beeld, bijna een snapshot, dat de hele ramp samenvat. Wij staan erbij, we zijn getuige, maar wel op veilige afstand. Alsof we de wereld zien vanuit een kamer met ramen van dubbel glas. Kou, regen en wind, hitte en lawaai, alles speelt zich buiten af en wij staan hier en zien wat de uiteindelijk ontembare elementen hebben aangericht. Die positie geeft aan het beeld een dubbele boodschap van herinnering en belofte. 

 

Wat Olphaert den Otter schildert is een toestand van verandering, heel feitelijk, registrerend en vooral zonder moreel appel. Zijn beelden zijn niet bedoeld als activistische pamfletten die de mens en de wereld aanklagen of oproepen tot humanitaire hulp. Hij is geen pleitbezorger voor een betere wereld. De wereld is wat ze is, een feitelijk resultaat van de nooit aflatende dynamiek van de natuur en de veranderingslust van de mens. De kunstenaar kijkt daar oordeelloos naar, zoals wij naar een ruïne kijken: het is wat het is, we kunnen de klok niet meer terug draaien, het zal nooit meer zijn zoals het was en van wat onvermijdelijk weer komen gaat, hebben wij nog geen enkel idee. We moeten verval en chaos nemen zoals het is, als een op zich zelf bestaande nieuwe werkelijkheid. Het verwoeste huis dat hij schildert moeten we daarom opvatten zonder referentie naar wat het ooit was. Het is een verse bouwval, een nieuwe vorm die nooit zo bedacht is. Aan de brokstukken te zien zeggen wij dat het een huis is omdat we dat weten. Niet omdat we het nog zien. Als we dat weten, misschien voor even, uit kunnen schakelen en als we ons ongehinderd kunnen concentreren op het kijken, dan zien we dat hij iets nieuws heeft geschilderd. Een nieuwe vorm die opgebouwd is uit elementen die we herkennen, maar die in deze verschijningsvorm iets nieuws configureren. Dat is wat de chaos ons ook te bieden heeft, een nieuwe werkelijkheid en die is meer dan enkel dood en ondergang. Dat is de groeikracht van de verstoringsgemeenschap.

 

 

3          De wereld in foto’s

 

Olphaert den Otter schildert nieuws. Hij gaat uit van feiten en van natuurverschijnselen die zich ergens ter wereld hebben voorgedaan. Alles in de wereld van zijn kunstenaarschap is gefixeerd in ruimte en tijd. Alles wat hij schildert is mogelijk, en wat mogelijk is gebeurt. Alles bestaat dus, in de zichtbare werkelijkheid van onze menselijke wereld.

De bron voor zijn voorstellingen in de serie World Stress Painting zijn foto’s. Hij maakt ze zelf, vindt ze in de krant of op internet. Omdat hij een precieze voorstelling heeft van de wereld die hij wil schilderen zoekt hij er heel gericht naar. Hij wil foto’s die de potentie hebben om schilderij te worden. Daartoe moeten ze een verhaal vertellen. Om bruikbaar te zijn wil hij dat ze verslag zijn van wat zich elders afspeelt. Ver weg in tijd en ruimte, wat de gebeurtenis ook een universele impact geeft en haar uittilt boven het al te persoonlijke en individuele. Hij vermijdt immers de persoonlijke ervaring, maar wil de gebeurtenissen wel in het eigen perspectief plaatsen. Hij neutraliseert het beeld van een wereld om haar vervolgens te kunnen veroveren, om ons er een persoonlijke ingang toe te geven. Daarom verpakt hij het menselijke in zijn voorstelling, meer rationeel dan emotioneel, meer verhalend dan expressief.

 

Olphaert den Otter zegt nieuws te schilderen. Dat klinkt feitelijk en realistisch maar welbeschouwd is het ook een schijnrealiteit, en verre van objectief. Want elke realiteit die wij, mensen, ons kunnen voorstellen, is afhankelijk van waarneming, vooral onze eigen, subjectieve waarneming. De foto die hij gebruikt als uitgangspunt bij het schilderen van zijn World Stress Paintings, is ooit en ergens door iemand genomen. En altijd zijn de persoonlijke sporen daarvan zichtbaar, wat van de foto een subjectief document maakt. Maar Olphaert wist juist die sporen uit, Zo ‘onthoekt’ hij de foto, waarmee in het geschilderde beeld niet meer zichtbaar is dat er een foto aan ten grondslag heeft gelegen. Op een foto is aan de randen van het beeld altijd een vertekening. In het beeld dat via ons oog binnenkomt trouwens ook. Maar de optische vertekening in de hoeken wordt onbewust en automatisch door ons brein gecorrigeerd. Ons brein maakt dat wij iets anders zien dan wat zuiver optisch waargenomen wordt. Wat wij dus zien is wat wij weten. In tegenstelling tot kunstenaars als bijvoorbeeld Luc Tuymans en Gerhard Richter corrigeert hij de foto, waar zij juist heel expliciet in hun schilderijen laten zien dat er een foto aan ten grondslag ligt. Zij schilderen een fotografisch beeld, waar Olphaert den Otter het gegeven beeld corrigeert en er een min of meer neutrale voorstelling van maakt. Hij schildert dus het medium weg. Hij vertelt een verhaal dat hij heeft van horen zeggen, hij vertelt het door en wist de bron uit. Hij stuurt de verteller het verhaal uit als hij de boodschap ontvangen heeft. Daarom is die neutralisering nodig, om het verhaal naar eigen hand te kunnen zetten, om het te kunnen vertellen vanuit eigen perspectief. Anders gezegd, hij gebruikt de rampen voor universele doeleinden, om iets over de wereld te zeggen dat voor iedereen geldig is, altijd en overal.

 

Het neutraliseren van het medium foto dat hij als uitgangspunt gebruikt heeft nog een reden. Hij streeft naar een droog, zakelijk beeld. Hij wil zijn schilderkunstige middelen zuiver gebruiken, zonder trucs, zonder kunstgrepen. Hij mijdt esthetiek en virtuositeit omdat ze de aandacht te veel zouden afleiden van waar het om gaat: niet om de schilderkunst zelf, maar om het beeld van een wereld in transitie, hoe rampzalig dat er in zijn ogen ook uit kan zien. 

Hij kiest zijn rampen, en brengt ze tot eigen leven in de verf. Niet als losse incidenten, maar als hoofdstukken uit dezelfde kroniek. En het ene hoofdstuk is niet belangrijker dan het andere. In de WSP brengt de kunstenaar de voorstellingen samen in een serie zonder enige hiërarchie. Het verband is dat van de juxtapositie, de naast elkaar plaatsing van elementen die de kijker op elke eigen wijze kan ‘lezen’. Zoals de foto’s op elke wijze in een album samen kunnen worden gebracht.

 

 

4.         Over de mens

 

 

In een schilderij van Olphaert den Otter is geen mens te bekennen. Alsof de grote schepping nog steeds bezig is en de schepper aan de mens nog niet toegekomen is. Hij schildert geen mens, nooit en nergens. Ook geen mens in nood die ten onder gaat aan de overweldigende kracht van de elementen die de wereld in een rampgebied dreigen te veranderen. Hij kan de mens niet gebruiken, noch als slachtoffer, noch als dader. Een mens zou in deze aangetaste wereld mededogen oproepen en een moreel appel op hulp uitschreeuwen. Dat zou het verhaal van de World Stress Paintings een volkomen andere kant opsturen, een kant die hij juist wil vermijden. Geen wereldbeeld dus waarin de mens met de consequenties van zijn aanwezigheid en zijn verwoestende omgang met het milieu geconfronteerd wordt. Dat is hooguit wat aan de World Stress Paintings voorafgaat. Wat hij ons wil tonen is een materiële wereld in transitie, met een eigen schoonheid en zelfs een eigen vitaliteit. Om dat te laten zien is het noodzakelijk om de geschilderde ramp af te laten koelen en de heftigheid te neutraliseren.

Daarom hoort de mens daar niet in thuis, ook al krijgt de kijker het gevoel zo in een schilderij van Olphaert den Otter te kunnen stappen. Hij mag kijken en beschouwen, maar dan wel vanaf de zijlijn. Hij is toeschouwer van zijn eigen wereld, een wereld die mede door zijn toedoen een ramp te verwerken krijgt. Hij is dader, op zijn minst mededader, en moet toekijken bij het gevolg van zijn ingrijpen. De schilder slaagt erin de mens buiten beeld te houden, ook al schildert hij die wereld als zo dichtbij en zo aanraakbaar. De kunstenaar lijkt er een spel mee te spelen, een spel van aantrekken en afstoten. Uiteindelijk mag de mens alleen maar toezien van op afstand, naar een wereld die op zichzelf bestaat, die al bestond voor de mens er was en die er ongetwijfeld nog zal zijn als de mens er niet meer is. In veranderde vorm, dat wel. Hij heeft heel wat aangericht, maar in het geschilderde beeld doet hij er niet meer toe. Hij is nog slechts een rondkijkende passant, even vluchtig als tijdelijk.

De wereld die Olphaert den Otter schildert is er een van de materie waarin alles samenkomt, één substantie waarin geest en stof ondeelbaar bestaan. In die opvatting is de materie niet afhankelijk van de menselijke waarneming om te bestaan. Niets bestaat wat niet is waargenomen? Dat kan, dat is inderdaad een manier om naar de wereld te kijken, maar niet naar de idee van Olphaert den Otter.

Hij heeft geen mens nodig om de wereld te schilderen, om de wereld te laten bestaan.

 

Is er dan helemaal niks menselijks aan de wereld die hij schildert? Integendeel. Zijn wereld is uitgesproken humaan. Alleen, je hebt geen mens nodig om het menselijke op te roepen. Dat menselijke zit in de dingen die hij schildert, met liefde en precisie. Hij laadt de dingen op met energie, hij brengt de dingen tot leven, hij brengt ze door het zorgvuldige schilderen met eitempera op temperatuur en maakt de dingen sensibel. Wat hij schildert is aanraakbaar. Je voelt het blad, de zachte haartjes, de nerf. Je ziet het blad zachtjes bewegen, lispelen bijna. De planten, ze zijn net zo zacht als dreigend, net zo mooi als giftig. Ze zijn zinnebeeld van onze zintuiglijke gewaarwordingen en van onze notie van gevoelens. Dat is wat de planten zo dichtbij brengt, zo intiem soms dat ze een menselijk karakter krijgen. En wat voor planten geldt, geldt net zo goed voor de objecten die hij schildert. Zelfs van de verschroeide aarde, de bouwval die rest van een huis na een orkaan, een vers geslagen krater of van de ontzielde wereld na de vloedgolf kunnen we houden, mits geschilderd door Olphaert den Otter. Want hij brengt ook de dingen binnen emotioneel bereik die wij gewoontegetrouw en op het eerste oog als bedreigend voor ons leven benoemen.

De kunstenaar schildert daarmee een andere wereld dan die wij denken te kennen. Dat wij ons buitenstaander voelen, zegt meer over ons dan over zijn wereld. Wij kijken naar een schilderij als naar een gat in de muur dat een uitgesneden uitzicht geeft op een wereld buiten ons, elders en in een tijdloze tijd. Het schilderij is een venster op een andere wereld. En de mens staat erbij en heeft slechts vragen. Waar sta ik? Hoor ik erbij? Wil ik hier wonen, kan ik hier leven?

Het antwoord is al gegeven. Al kijkend transformeert de mens van relatieve outsider in een betrokken insider die beseft dat hier geen andere wereld wordt verbeeld dan die waarin hij leeft. Mits hij doorkijkt.

 

 

5          De chaos

 

Als wij menen dat Olphaert den Otter in zijn World Stress Paintings de chaos schildert, dan wel een chaos waar iets bijzonders mee aan de hand is. Wat wij zien is de clash tussen onze wereld en de elementen water, vuur, aarde en lucht, en vooral het ruïneuze effect daarvan. Maar is die wereld in staat van verwoesting wel te benoemen als chaos? Niet in de letterlijke zin. Want zoals wij in onze dagelijkse spraak het woord chaos gebruiken, drukken we daar in wezen een heel subjectieve bedoeling mee uit. Van chaos spreken wij als wij onze wereld als een woestenij ervaren, als de orde ernstig verstoord is. Die orde is juist zo noodzakelijk om te kunnen leven. Chaos drukt dus vooral onze behoefte aan orde uit. Het woord chaos is bijgevolg een term die meer zegt over de gebruiker dan over het feitelijke verschijnsel dat het woord bedoelt te beschrijven. We grijpen naar het beeld van de chaos om onze angst of teleurstelling uit te drukken en daarmee verwoordt het in de eerste plaats onze menselijke nood. 

Vanuit dat perspectief gedacht kun je zeggen dat Olphaert den Otter helemaal geen chaos schildert. Hij schildert ook helemaal geen mens. Hij schildert heel concreet een wereld in staat van verandering, een world in progress. Dat is een momentopname van een wereld waarin niks lijkt op wat wij ons als orde voorstellen. Onze wetten die alles te maken hebben met organisatie nodig om te overleven, gelden niet meer. Het menselijke perspectief is ondergeschikt geworden aan de natuurlijke soevereiniteit van een wereld die buiten de menselijke invloed om van gedaante verandert. De kijker moet het met dit beeld doen. Wat eraan voorafging en wat er mogelijk op volgt, blijft buiten schot. Wat wij op het eerste oog als chaos geneigd zijn te benoemen is een wereld in transitie. De kunstenaar schildert die wereld als iets wat op zichzelf belangrijk en het beschouwen waard is. Een autonoom beeld dat niets anders nodig heeft dan zichzelf.

 

Filosofisch gesproken zouden we kunnen zeggen dat Olphaert den Otter in zijn schildering van een wereld in heftige verandering het object los snijdt van het subject, de mens. Daarmee keert hij zich af van een in onze westerse cultuur belangrijk denkmodel dat alles naar de mens terug leidt. Dat is met name de opvatting van Kant die correlationisme wordt genoemd. Volgens deze opvatting worden alle gegeven objecten en daarmee de realiteit beschouwd vanuit het menselijk subject. Er bestaat dus niks buiten de subject-objectrelatie. Anders gezegd, de mens is het enige uitgangspunt van waaruit naar de wereld wordt gekeken. De blik op de wereld die Olphaert den Otter schildert, heeft een eerder tegenovergestelde grondslag. Zijn denken hoort eerder thuis bij de moderne opvatting van het materialisme. Binnen het materialisme is de materie de enige realiteit die bestaat. Gedachten, gevoelens en beeldvorming zijn te herleiden tot de wereld van de materie. Die materiële wereld bestaat onafhankelijk van onze geest. Het is een wereld die opgebouwd is uit individuele eenheden die ook buiten de mens om met elkaar in verbinding staan. De dingen kunnen bestaan zonder de mens. Zoals fossielen een realiteit vertegenwoordigen die al kon bestaan voordat de mens er überhaupt was, zo kunnen ook de dingen bestaan in de geschilderde wereld van Olphaert den Otter zonder dat er een mens aan te pas is gekomen. Bij hem is de mens in geen velden of wegen te zien, en toch bestaat zijn wereld.

Anders gezegd: object en subject vallen bij hem samen in één beeld. Het beeld spreekt zelf, handelt zelf, zonder tussenkomst van iemand van buitenaf. Het is zichzelf voldoende. Je zou ook kunnen zeggen dat hij een Spinozist is. Naar de opvatting van Spinoza is hij de mening toegedaan dat geest en materie één en ondeelbaar zijn. Samen vormen ze één substantie, die zich in vele verschijningen kan voordoen.

Olphaert den Otter schildert een wereld, geen verhaal. Dat is een implicatie van het feit dat object en subject zo volledig samenvallen. Hij verbeeldt een wereld die volkomen op zichzelf bestaat, zonder verwijzing naar iets anders, zonder verhaal dus. Wat wij zien is wat het is, en dat is al meer dan we kunnen bevatten.

 

 

6.         Ten slotte

 

Wat hij  schildert is dus iets nieuws, iets waarmee ons voorstellingsvermogen en dus ook onze taal nog geen raad mee weten. Niets is wat wij denken te weten. Hij schildert een nieuwe werkelijkheid met eigen, nieuwe vormen die in niets meer lijken op onze vertrouwde en veilige ordening. De wereld in de World Stress Paintings is een wereld in beweging waarin niets en niemand veilig is. Maar daarom is het nog geen chaos. In de woorden van de kunstenaar zelf: “Chaos is voor mij orde, onder voorwaarden.” Dat is in essentie de karakterisering van het overgangsgebied, met zijn eigen wetmatigheden. Een micro-wereld die onder de schijn van ordeloosheid vitale structuren verbergt die zich onophoudelijk verfijnen. Zoals het gaat in de berm, die miniwereld in permanente verandering waarin ondergang en groei hand in hand gaan in een steeds ander tempo. Want het ergste is als zelfs ‘vergaan’ al ‘stilgeschilderd’ is. Dan is het leven pas echt verdwenen, en de ondergang nabij.

In de woorden van Judith Herzberg bij het schilderij De Val van Icarus van Pieter Breughel, een gedicht waarin ze de boer aan het woord laat die voortploegt en mijmert over het leven terwijl zich over Icarus het drama voltrekt:

 

 

                        De Boer

 

            Het ergste is als alles blijft zoals het is.

            Ik wil en kan niet ingrijpen ik wil

            naar huis, de koeien melken, eten

            en vergeten wat ik zag. Het ergste is

            dat dit tumult, als op een schilderij -

            dat deze val, van wat?

            Van nacht nu bijna al

            mij in één houding vat.

            Mijn ploeg loopt vast,

            het blijft mij bij

            ik schud het nooit meer af.

            Het ergste is als zelfs vergaan

            al stilgeschilderd is.

 

 

 

Frits de Coninck, april 2014

 

 




Terug naar overzicht